ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6156
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling zonder begrijpelijk reglement
Een Chinese vreemdeling werd op 29 mei 2001 in bewaring gesteld in het Huis van Bewaring te Tilburg wegens een redelijk vermoeden van illegaal verblijf en het plegen van winkeldiefstal. De vreemdeling voerde meerdere grieven aan, waaronder het ontbreken van een reglement in een voor hem begrijpelijke taal en het onjuist weergeven van zijn wens tot rechtsbijstand.
De rechtbank stelde vast dat de staandehouding en bewaring rechtmatig waren op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en het Wetboek van Strafvordering. De vreemdeling beschikte niet over een geldige verblijfsvergunning of identiteitsbewijs en er bestond een ernstig vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken.
Hoewel het reglement van het Huis van Bewaring niet in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal was uitgereikt, achtte de rechtbank dit geen reden om de bewaring onrechtmatig te verklaren. De rechtbank wees het beroep ongegrond en wees ook het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor opheffing van de maatregel of wijziging van de tenuitvoerlegging.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.