ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6159
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens termijnoverschrijding en onvoldoende zorgvuldigheid bij afwijzing verblijfsvergunning
Eiser, van Libische nationaliteit, diende op 15 juli 2001 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag af binnen de zogenoemde AC-procedure, maar overschreed daarbij de wettelijke termijn van 48 procesuren. De rechtbank stelde vast dat de procedure 67 uur en 45 minuten duurde, waarbij verweerder onvoldoende inzicht gaf in de duur van de verschillende fasen van de procedure.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de beschikking niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand was gekomen. De zienswijze van eiser op het voornemen tot afwijzing was niet adequaat meegewogen, terwijl de overwegingen in de beschikking vrijwel woordelijk overeenkwamen met die in het voornemen. Dit ondermijnt het doel van de voornemenprocedure, namelijk het bieden van een reële mogelijkheid tot weerlegging.
Verweerder had ook inhoudelijk de aanvraag afgewezen wegens twijfel aan de geloofwaardigheid van het relaas van eiser, die onder meer mishandeling en detentie in Libië had ervaren. De rechtbank ging hier niet inhoudelijk op in, omdat de procedurele tekortkomingen reeds voldoende waren voor gegrondverklaring van het beroep.
De rechtbank vernietigde de bestreden beschikking en bepaalde dat verweerder opnieuw op de aanvraag moet beslissen, met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de beschikking vernietigd wegens termijnoverschrijding en onvoldoende zorgvuldigheid.