ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6160
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten en risico op schending artikel 3 EVRM
Eiser, een Sri Lankaanse Tamil, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat zijn littekens, veroorzaakt door oorlogsverwondingen, nieuwe feiten waren die in de eerste procedure niet zijn meegewogen en dat hij bij terugkeer een reëel risico liep op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat de littekens geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn in de zin van artikel 4:6 Awb Pro, omdat deze al bij de eerste aanvraag bekend waren en toen ingebracht hadden kunnen worden. Strikte toepassing van artikel 4:6 kan Pro echter in strijd komen met refoulementsverboden, maar verweerder had ook een inhoudelijk oordeel gegeven dat de littekens geen aanleiding geven tot een ander risico dan eerder vastgesteld.
Uit ambtsberichten bleek dat een litteken op zichzelf geen reden is voor arrestatie als identiteitspapieren en verblijfsdoel in orde zijn, wat bij eiser het geval was. Er waren geen aanwijzingen dat eiser verdacht werd van betrokkenheid bij de LTTE. Ook geestelijke problemen werden niet onderbouwd met medische stukken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de aanvraag.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.