ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6164
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering machtiging tot voorlopig verblijf wegens verbroken gezinsband bij gezinshereniging
Eiser, van Turkse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland op grond van gezinshereniging met zijn vader, die sinds 1991 in Nederland verblijft. De vader had in 1991 Nederland verlaten en liet eiser achter bij zijn grootouders in Turkije. De rechtbank stelt vast dat vanaf dat moment de feitelijke gezinsband tussen eiser en zijn vader is verbroken, omdat eiser duurzaam is opgenomen in het gezin van zijn grootouders en zijn vader niet meer feitelijk gezag uitoefende of in de kosten van opvoeding voorzag.
De rechtbank overweegt dat de vader tussen 1991 en 1995 illegaal in Nederland verbleef en geen reëel uitzicht had op een geldige verblijfsvergunning, waardoor hij de intentie om eiser naar Nederland te laten komen heeft moeten prijsgeven. De door eiser aangevoerde argumenten dat de lange verblijfsprocedure van zijn vader een goede reden vormde om hem niet eerder te laten overkomen, worden niet gevolgd.
De rechtbank concludeert dat de feitelijke gezinsband duurzaam is verbroken en dat verweerder, de Minister van Buitenlandse Zaken, het bestreden besluit tot weigering van de mvv in redelijkheid heeft kunnen nemen. Er is geen sprake van schending van artikel 8 EVRM Pro en geen andere gronden voor verblijf. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de machtiging tot voorlopig verblijf wordt geweigerd wegens verbroken feitelijke gezinsband.