ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6175
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende risico op schending artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Sri Lanka
Eiseres, van Sri Lankaanse nationaliteit en behorend tot de Tamil-bevolkingsgroep, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde dat zij vanwege haar litteken en haar gedwongen activiteiten voor de LTTE een reëel risico liep op onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Sri Lanka.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiseres over haar detentie en ontsnapping ongeloofwaardig waren en dat het litteken geen zelfstandig risico op schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. Dit werd ondersteund door een ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken waarin werd gesteld dat littekens niet automatisch leiden tot langdurige detentie of mishandeling.
Verder werd vastgesteld dat eiseres tijdens haar eerdere detentie niet onderworpen was aan identificatiepogingen door de autoriteiten en dat zij op eenvoudige wijze kon ontsnappen, wat niet wijst op een specifieke negatieve aandacht. Ook ontbraken klemmende humanitaire redenen die terugkeer onredelijk zouden maken.
Daarom kon eiseres geen aanspraak maken op een verblijfsvergunning en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep op verlening van een verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard omdat geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM is vastgesteld.