ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6185
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiser, een Russische nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 20 juni 2001 staande gehouden wegens een redelijk vermoeden van illegaal verblijf. Op 21 juni 2001 werd hij in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. Eiser stelde beroep in tegen de bewaring en voerde aan dat deze onrechtmatig was vanwege het niet tijdig kunnen worden gehoord op zitting en het ontbreken van een rechtmatig vermoeden voor de staandehouding.
De rechtbank overweegt dat het recht staat dat een toezichthouder vragen mag stellen en dat de beantwoording daarvan aanleiding kan geven tot een redelijk vermoeden van illegaal verblijf. De antwoorden van eiser, waaronder het verlies van zijn paspoort en zijn woonplaats in Rusland, rechtvaardigden dit vermoeden. De bewaring werd opgeheven op 27 juni 2001, nog voordat eiser uiterlijk op 28 juni 2001 op zitting had moeten verschijnen, waardoor de bewaring niet onrechtmatig werd geacht op grond van het niet tijdig horen.
De rechtbank concludeert dat de bewaring en staandehouding in overeenstemming waren met de wettelijke vereisten, mede gelet op het ontbreken van een geldige verblijfsstatus, het ontbreken van voldoende middelen van bestaan en de weigering van eiser om terug te keren naar Rusland. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.