ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6189
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen bewaring vreemdeling wegens ontbreken advocaatbijstand bij gehoor
Eiser, een Turkse vreemdeling, werd op 15 juli 2001 in bewaring gesteld na overdracht door Duitse autoriteiten wegens ontbreken van identiteitsbewijs. Hij voerde aan dat hij zonder advocaatbijstand is gehoord en dat de vreemdelingendienst niet twee uur heeft gewacht op reactie van de advocatenpiketdienst, in strijd met de Vreemdelingencirculaire 2000.
De rechtbank oordeelt dat de vreemdelingendienst wel de piketdienst heeft geïnformeerd, maar op basis van een vooraf gemaakte afspraak mocht worden aangenomen dat bij telefonisch niet bereikbaar zijn van de piketadvocaat deze niet bij het gehoor aanwezig wilde zijn. Daarom was het niet wachten van twee uur gerechtvaardigd.
Verder stelde eiser dat hij niet tijdig was aangemeld bij het Penitentiair Selectiecentrum en niet in het Huis van Bewaring was geplaatst. Verweerder verklaarde dat dit wel was gebeurd, en hoewel dit niet in het dossier stond, achtte de rechtbank de verklaringen aannemelijk en oordeelde dat het ontbreken van deze gegevens niet tot onrechtmatigheid leidde.
De rechtbank concludeert dat de bewaring rechtmatig is toegepast en uitgevoerd, dat de belangenafweging gerechtvaardigd was en dat het beroep ongegrond is. Een verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.