ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6190
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.J. van Uchelen
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen buitenbehandelingstelling derde asielaanvraag wegens mvv-vereiste
Verzoeker, een Turkse nationaliteit, diende een aanvraag in voor verblijf bij zijn echtgenote. De Immigratie- en Naturalisatiedienst stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat verzoeker niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoeker had eerder een derde asielaanvraag ingediend waarop nog niet onherroepelijk was beslist.
De president van de rechtbank toetste het besluit ex tunc, met inachtneming van het op dat moment geldende recht, en oordeelde dat de asielprocedure niet werd misbruikt om zonder mvv een reguliere aanvraag in te dienen. Verzoeker viel binnen een vrijstellingscategorie van het mvv-vereiste volgens artikel 16a, derde lid, Vreemdelingenwet 1965.
De rechtbank concludeerde dat de buitenbehandelingstelling onterecht was en wees het verzoek tot voorlopige voorziening toe. Verweerder werd veroordeeld tot het vergoeden van proceskosten en griffierecht. De uitzetting van verzoeker werd opgeschort totdat vier weken na beslissing op bezwaar waren verstreken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schorst de uitzetting van verzoeker totdat op het bezwaar is beslist.