ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6196
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.R. Derkx
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bewaring vreemdeling wegens uitzettingsrisico
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een Egyptische vreemdeling tegen het besluit tot oplegging van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De vreemdeling was staande gehouden tijdens een adrescontrole en vervolgens in bewaring gesteld wegens het risico op het ontlopen van uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat de staandehouding rechtmatig was, omdat de vreemdelingendienst gerechtigd was vragen te stellen over zijn identiteit in het kader van de adrescontrole. Daarnaast was het verweer dat de vreemdeling onvoldoende gelegenheid had gehad voor bijstand van een advocaat ongegrond, omdat de piketcentrale tijdig was geïnformeerd en het gehoor zonder advocaat mocht plaatsvinden.
De rechtbank stelde vast dat de bewaring terecht was opgelegd omdat de vreemdeling geen geldige verblijfsvergunning of identiteitsbewijs had, zich aan toezicht onttrok en er een reëel risico bestond dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken. Er was voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter M.C.R. Derkx op 24 juli 2001.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.