ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6246
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Iraanse bekeerde moslims wegens onvoldoende bewijs van risico bij terugkeer
Eisers, een echtpaar van Iraanse nationaliteit, hebben hun asielaanvragen afgewezen gekregen op grond van de Aanmeldcentrumprocedure. Zij beriepen zich op hun bekering tot het christendom en stelden dat zij in Iran als afvalligen de doodstraf riskeren. De rechtbank oordeelt dat deze bekering geen nieuw vluchtelingschap oplevert, mede omdat eisers al eerder op de hoogte waren van de afwijzing en terugkeer.
De rechtbank overweegt dat de motie Rouvoet, waarin de Tweede Kamer stelt dat bekeerde moslims in Iran hun geloof op dezelfde wijze kunnen belijden als andere niet-moslims, niet verstrekkend is en het beleid van de staatssecretaris niet heeft gewijzigd. Uit een ambtsbericht blijkt dat bekeerde moslims in Iran hun geloof tot op zekere hoogte kunnen praktiseren, waaronder wekelijks kerkbezoek.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat niet eenduidig blijkt dat vluchtelingenstatus uitsluitend op bekering is verleend. De rechtbank acht niet aannemelijk dat eisers een reëel risico lopen op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer. Ook zijn er geen klemmende humanitaire redenen voor verblijf. De beroepen worden ongegrond verklaard en de besluiten tot afwijzing van de verblijfsvergunningen blijven in stand.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen wegens onvoldoende bewijs van risico bij terugkeer naar Iran.