ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6318
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering bij desertie Rusland
Eiser, een Russische staatsburger, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel na zijn desertie uit het Russische leger tijdens het conflict in Tsjetsjenië. Verweerder wees de aanvraag af op grond van het ontbreken van reis- en identiteitspapieren en twijfel over de geloofwaardigheid van het relaas, mede vanwege summiere en deels onjuiste verklaringen over zijn verblijf en reisroute.
Eiser stelde dat hij geweigerd had een bevel tot het neerschieten van ongewapende burgers uit te voeren en daarop was gevlucht. Hij beriep zich op de grond dat hij niet betrokken wenste te worden bij een militaire actie die strijdig is met fundamentele normen tijdens een gewapend conflict, ook zonder internationale veroordeling.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte alleen de eerste subcategorie van militaire acties had betrokken, namelijk die welke veroordeeld zijn door de internationale gemeenschap, en de tweede subcategorie, waarbij geen internationale veroordeling vereist is maar wel een vaststelling van systematische strijd met fundamentele normen, buiten beschouwing had gelaten. Hierdoor was de motivering onvoldoende draagkrachtig en strijdig met artikel 3:46 Awb Pro.
Hoewel er twijfels waren over de geloofwaardigheid van sommige verklaringen van eiser, achtte de rechtbank deze onvoldoende om het relaas geheel ongeloofwaardig te verklaren. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering, met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.