ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6495
Rechtbank 's-Gravenhage
- Verzet
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Tamil uit Sri Lanka wegens ontbreken reëel risico op schending artikel 3 EVRM
Verzoeker, een Tamil uit Sri Lanka, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen in de AC-procedure, bedoeld voor snelle afdoening van asielzaken zonder complex onderzoek. Hij gaf aan dat hij vanwege zijn activiteiten voor de LTTE en een litteken op zijn hand risico liep op vervolging en mishandeling.
De rechtbank overwoog dat de algemene situatie in Colombo, ondanks recente aanslagen, niet wezenlijk was veranderd en dat routinecontroles en arrestaties onder Tamils gebruikelijk zijn, maar meestal binnen 48/72 uur leiden tot vrijlating. Verzoekers litteken werd niet als indicatie van gevechtshandelingen gezien, mede omdat hij in het verleden geen problemen had ondervonden en het litteken zich op een zichtbare plaats bevindt.
Verder was niet aannemelijk dat verzoeker door de autoriteiten werd gezocht vanwege zijn marginale steun aan de LTTE, temeer daar hij legaal het land had kunnen verlaten met een paspoort. De rechtbank concludeerde dat verzoeker geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Sri Lanka.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.