ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6496
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Stehouwer
- E.H.B.M. Potters
- A.M.C. Kolkert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op asiel en verblijfsvergunning op humanitaire gronden wegens gebrek aan procesbelang en onvoldoende onderbouwing
Eiser, een Afghaanse alleenstaande minderjarige vreemdeling, kreeg aanvankelijk een vergunning tot verblijf als alleenstaande minderjarige asielzoeker (vtv-AMA). Door overgangsrecht werd deze vergunning per 1 april 2001 omgezet in een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, wat hem in een ongunstigere positie bracht dan een verblijfsvergunning asiel.
De rechtbank stelt vast dat eiser hierdoor langer moet wachten op een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en dat hij niet meer in aanmerking kan komen voor een verblijfsvergunning asiel vanwege een imperatieve weigeringsgrond. Ook zijn aanspraak op een reisdocument is beperkt.
Eiser voerde aan dat hij vreest voor vervolging door de Taliban vanwege de weigering van zijn vader om voor hen te werken, maar de rechtbank acht dit niet aannemelijk. Er is geen bewijs van negatieve aandacht voor eiser of zijn familie. Ook zijn beroep op humanitaire gronden en traumabeleid is onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat eiser geen procesbelang heeft bij verdere toetsing van zijn asielaanvraag. Het bezwaar tegen het besluit is terecht ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor het horen van eiser in bezwaar.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en verblijfsvergunning op humanitaire gronden is ongegrond verklaard.