ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6499
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.H. de Jong-van Dooijeweert
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van bezwaarschrift wegens termijnoverschrijding in vreemdelingenzaak
Eiseres diende een aanvraag om toelating als vluchteling in die door verweerder werd afgewezen. Tegen dit besluit maakte zij bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift niet binnen de wettelijke termijn van vier weken was ingediend.
Eiseres stelde dat verweerder door het voorleggen van haar bezwaar aan de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken (Acv) het vertrouwen had gewekt dat haar te late bezwaar alsnog inhoudelijk zou worden beoordeeld. De rechtbank oordeelde echter dat deze handelswijze niet tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding leidt, omdat de voorlegging pas na het verstrijken van de termijn plaatsvond.
Verder kon de rechtbank vanwege de niet-ontvankelijkheid niet inhoudelijk ingaan op de vraag of eiseres in aanmerking kwam voor toelating als vluchteling of voor een vergunning tot verblijf (vvtv). De rechtbank stelde dat de beoordeling van een vvtv sinds 1997 in de aanvraagfase dient plaats te vinden, waardoor een inhoudelijke beoordeling in bezwaar achterwege kon blijven.
Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van griffierechten of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding van het bezwaarschrift.