ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6504
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.F.J.M. Schröder
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens niet tijdige kennisgeving voortduren bewaring vreemdeling
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van haar bewaring, die was bevolen op 18 januari 2001. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet tijdig heeft voldaan aan de kennisgevingsplicht van artikel 96, vijfde lid, Vreemdelingenwet 2000, waardoor de bewaring vanaf 27 augustus 2001 onrechtmatig is.
De rechtbank onderscheidt een formeel gebrek in de periode van 28 augustus tot 11 september 2001, waarin de schadevergoeding wordt gematigd tot nihil, en een materieel gebrek vanaf 12 september tot 26 september 2001, de dag van opheffing van de bewaring. Gelet op de omstandigheden, waaronder de levensomstandigheden van eiseres, wordt een schadevergoeding van ƒ 150,-- per dag toegekend over 14 dagen.
De rechtbank veroordeelt de Staat tot betaling van ƒ 2100,-- schadevergoeding en de proceskosten van ƒ 710,--. Het beroep wordt gegrond verklaard en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank kent een schadevergoeding van ƒ 2100,-- toe wegens niet tijdige kennisgeving van het voortduren van de bewaring.