ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6521
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting bewaring vreemdeling ondanks niet-tijdige categoriewijziging
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een Armeense vreemdeling tegen de voortzetting van zijn bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De vreemdeling was op 11 september 2001 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder b, en later opnieuw op 9 november 2001 op grond van onder a. Verweerder had binnen de wettelijke termijn van vier weken beslist op de aanvraag van een verblijfsvergunning, maar had nagelaten tijdig de categoriewijziging van de bewaring door te voeren.
De rechtbank stelde vast dat deze nalatigheid niet leidde tot onrechtmatigheid van de bewaring, aangezien de vreemdeling niet in zijn (processuele) belangen was geschaad. De vreemdeling was op 22 oktober 2001 opnieuw gehoord in het kader van het onderzoek naar zijn identiteit en verblijfsstatus, en de omstandigheden die de bewaring rechtvaardigden waren ongewijzigd gebleven.
De rechtbank verwierp ook het beroep op psychische overbelasting van de vreemdeling, omdat dit niet nader was onderbouwd en de vreemdeling toegang had tot medische zorg in het Huis van Bewaring. Verder werd erkend dat verweerder voldoende voortvarend handelde, ondanks het feit dat de presentatie bij de autoriteiten van het land van herkomst niet had plaatsgevonden vanwege weigering van de vreemdeling zelf.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde de bewaring, waarbij werd vastgesteld dat geen sprake was van strijdigheid met de Vreemdelingenwet 2000 of onredelijkheid in de belangenafweging.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de bewaring van de vreemdeling.