ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6565
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsontneming in asielprocedure
De vreemdelinge had een asielaanvraag ingediend die op 7 augustus 2001 door verweerder werd afgewezen. Na een uitspraak van de fungerend president van de rechtbank op 16 augustus 2001 werd deze afwijzing vernietigd en werd de vreemdelinge in een opvangcentrum geplaatst, waarna de vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven.
De vreemdelinge verzocht om schadevergoeding vanaf de datum van afwijzing van haar asielaanvraag tot de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel. De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was dit verzoek te behandelen, mede op grond van artikel 106 Vreemdelingenwet Pro 2000 en eerdere jurisprudentie.
De rechtbank stelde vast dat de afwijzing van de asielaanvraag onrechtmatig was en dat de vrijheidsontnemende maatregel vanaf 7 augustus 2001 niet had mogen worden voortgezet. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en werd een schadevergoeding van 950 gulden toegekend voor de periode van 7 tot 16 augustus 2001.
Verzoek om schadevergoeding voor de minderjarige kinderen werd afgewezen omdat de maatregel aan de vreemdelinge persoonlijk was opgelegd. Daarnaast werden de proceskosten van 1.420 gulden aan verweerder opgelegd.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken en is onherroepelijk.
Uitkomst: De rechtbank kent schadevergoeding toe wegens onrechtmatige vrijheidsontneming van 7 tot 16 augustus 2001 en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten.