ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6571
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.H.M. Bruin
- H.C. Greeuw
- E. de Rooij
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering verblijfsvergunning wegens bloedwraak en vreemdelingenrechtelijke beoordeling
Eiser, een Iraakse Koerd, verzocht om toelating als vluchteling en verlenging van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf in Nederland. Zijn verzoeken werden geweigerd vanwege het ontbreken van een vluchtelingenmotief en het beëindigen van het beleid voor Noord-Iraakse asielzoekers. Eiser stelde dat hij vanwege een bloedwraakactie en de moord op zijn vriendin door haar familie, die banden heeft met de Islamitische Beweging, gevaar loopt bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat het motief van bloedwraak niet valt onder de gronden van het Vluchtelingenverdrag en dat er geen sprake is van vervolging wegens politieke of religieuze redenen. Wel concludeerde de rechtbank dat de bestreden beschikking onvoldoende gemotiveerd was omtrent het reële risico op een wrede of onmenselijke behandeling bij terugkeer, mede gelet op ambtsberichten over bloedwraakpraktijken in Noord-Irak.
Daarom werd het beroep tegen de weigering van toelating gegrond verklaard en werd de zaak terugverwezen voor een nieuwe beslissing. Het beroep tegen de intrekking van de voorwaardelijke vergunning tot verblijf werd ongegrond verklaard omdat het beleid voor Noord-Iraakse Koerdische asielzoekers was beëindigd en terugkeer niet langer van bijzondere hardheid werd geacht.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan eiser. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer voor vreemdelingenzaken van de Rechtbank 's-Gravenhage op 20 september 2001.
Uitkomst: Beroep gegrond tegen weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering risico onmenselijke behandeling; beroep tegen intrekking voorwaardelijke vergunning ongegrond.