ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6615
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J.S. Korteweg-Wiers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek jonge Tamil met littekens uit Sri Lanka wegens ontbreken LTTE-betrokkenheid
Verzoeker, een jonge Tamil uit Sri Lanka, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen in de AC-procedure. Hij stelde dat hij vanwege littekens op zijn lichaam het risico liep op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Sri Lanka.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat verzoeker tot de Tamil-bevolkingsgroep behoort niet automatisch leidt tot vluchtelingenstatus. Verzoeker moest aantonen dat hij persoonlijk vervolgingsgevaar loopt. Zijn detentie in 1997 leidde tot littekens, maar er was geen bewijs dat deze littekens duiden op gevechtshandelingen of LTTE-betrokkenheid.
De rechtbank nam het standpunt van de president over dat littekens alleen een zelfstandige risicofactor vormen indien zij sterk wijzen op gevechtshandelingen en in de context van LTTE-betrokkenheid staan. Dit ontbrak hier, waardoor geen noodzaak bestond tot nader onderzoek. Ook andere aanhoudingen waren niet specifiek gericht op verzoeker en leidden niet tot detentie.
Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek, het verzoek om voorlopige voorziening, het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard. De rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die vrijlating rechtvaardigen of schadevergoeding toekennen.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van aannemelijk vervolgingsgevaar en de vrijheidsontnemende maatregel wordt gehandhaafd.