ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6654
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bewaring en voortvarendheid in vreemdelingenzaak na vernietiging eerdere uitspraak
Eiser, van Surinaamse nationaliteit, werd op 16 juni 2001 aangehouden wegens verblijf als ongewenste vreemdeling en later in bewaring gesteld. Hij stelde dat hij negen uur zonder rechtsgrond was vastgehouden omdat het strafvorderlijk belang om 11.00 uur zou zijn vervallen, terwijl de bewaring pas om 19.44 uur werd opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat het proces-verbaal van 19 juni 2001 aannemelijk maakt dat eiser tot 19.44 uur op grond van strafvorderlijke bevoegdheden is vastgehouden en dat het niet is gebleken dat dit onjuist is. De vreemdelingenrechter kan niet toetsen of het strafrechtelijk voortraject bevoegdelijk heeft geduurd tot dat tijdstip. Verder is vastgesteld dat de bewaring rechtmatig was en dat eiser geen rechtmatig verblijf had, waardoor er voldoende grond was voor inbewaringstelling.
Ook de klacht over onvoldoende voortvarendheid bij de uitzetting werd verworpen. De rechtbank vond dat verweerder voldoende inspanningen had verricht, mede doordat eiser eind juni of begin juli 2001 bij de Surinaamse autoriteiten was gepresenteerd. Het eerste beroep werd daarom ongegrond verklaard, het vervolgberoep niet-ontvankelijk en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het vervolgberoep niet-ontvankelijk, met afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.