ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6664
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel van bewaring wegens onduidelijkheid rechtsgrond
De vreemdeling, van Ghanese nationaliteit, werd op 5 juni 2001 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid en onder a, en artikel 59, tweede lid van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank overweegt dat de bewaring slechts op één grond kan worden gebaseerd vanwege de verschillende rechtsgevolgen en de noodzaak van duidelijkheid voor de vreemdeling.
Tijdens de zitting op 14 juni 2001 werd vastgesteld dat het herstel proces-verbaal abusievelijk melding maakte van beide gronden. De rechtbank oordeelt dat deze vergissing niet kan leiden tot een uitleg dat de bewaring slechts op de eerste grond is gebaseerd. Het formulier moet ondubbelzinnig aangeven op welke grond de bewaring is bevolen.
De rechtbank concludeert dat de toepassing van de bewaring in strijd is met de Vreemdelingenwet en dat de belangenafweging leidt tot de conclusie dat de bewaring ongerechtvaardigd is. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard en de maatregel van bewaring wordt met onmiddellijke ingang opgeheven.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens onduidelijkheid over de rechtsgrond.