ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6678
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toegang tot Nederland geweigerd ondanks geldig Canadees paspoort en asielaanvraag
Verzoeker, een Canadees staatsburger, werd bij aankomst op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd nadat hij asiel had aangevraagd. Ondanks zijn geldige Canadees paspoort en het feit dat hij voldeed aan de toelatingseisen, werd hij op grond van artikel 7a Vreemdelingenwet vrijheidsontnemend vastgehouden.
De rechtbank stelde vast dat de weigering van toegang onrechtmatig was omdat verzoeker recht had op een vrije termijn van verblijf. De discussie draaide om de interpretatie van artikel 46 Vreemdelingenbesluit Pro en de mogelijkheid om de vrije termijn te reduceren tot nul dagen vanwege de asielaanvraag. De rechtbank oordeelde dat deze reductie niet van toepassing was op verzoeker, die al met het voornemen langer dan drie maanden te verblijven was aangekomen.
De rechtbank wees het verzoek om voorlopige voorziening toe, bepaalde dat de toegang alsnog moest worden verleend, en oordeelde dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig was en opgeheven moest worden. Tevens werden proceskosten en griffierechten aan verzoeker toegekend. De uitspraak werd gedaan door de fungerend president E.L. Grosheide op 26 maart 2001.
Uitkomst: Verzoeker krijgt alsnog toegang tot Nederland en vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven.