ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6680
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na vrijheidsontneming vreemdeling in passantenverblijf Triport
De vreemdeling werd op 31 augustus 2001 de toegang tot Nederland geweigerd en direct een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6 Vreemdelingenwet Pro 2000. De maatregel werd op 4 september 2001 opgeheven waarna de vreemdeling naar China is uitgezet. De vreemdeling stelde vervolgens een verzoek om schadevergoeding in wegens onrechtmatige vrijheidsontneming, stellende dat de toegangsweigering onvoldoende was gemotiveerd en dat het verblijf in passantenverblijf Triport voor vier tot vijf dagen onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat geen rechtsmiddel tegen de toegangsweigering was ingesteld en dat geen verplichting bestond om direct bij oplegging rechtsbijstand te verlenen. De rechtbank nam kennis van de informatie van verweerder over de duur en omstandigheden van het verblijf in Triport, waaruit bleek dat het verblijf doorgaans kort was, gemiddeld één tot twee nachten, en dat een verblijf langer dan een week zelden voorkwam.
Hoewel Triport niet volledig voldoet aan het regime van grenslogies, is een commissie van toezicht ingesteld en worden verbeteringen doorgevoerd. De rechtbank zag geen rechtvaardiging voor een verblijf van acht weken en achtte een verblijf van maximaal vijf dagen niet onrechtmatig. De gebreken in detentieomstandigheden waren onvoldoende onderbouwd. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsontneming in passantenverblijf Triport wordt afgewezen.