ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6692
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening tegen Dublinclaim voornemen
Verzoeker, een Sierra-Leoonse nationaliteit dragende vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning in Nederland. Verweerder maakte het voornemen bekend om op grond van de Overeenkomst van Dublin de Belgische autoriteiten te verzoeken de asielaanvraag over te nemen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit voornemen en vroeg tevens een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank overwoog dat het voornemen van verweerder geen feitelijke handeling is zoals bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, maar een voorbereidingsbeslissing ex artikel 6:3 Awb Pro. Dergelijke besluiten zijn niet vatbaar voor bezwaar of beroep tenzij zij de belanghebbende rechtstreeks in zijn belang treffen, wat hier niet het geval is.
Verzoekers belang dat zijn asielaanvraag niet inhoudelijk wordt behandeld zolang het voornemen loopt, is volgens de rechtbank onvoldoende om het voornemen als een besluit te kwalificeren dat bezwaar of beroep toelaat. De inhoudelijke beoordeling van de aanvraag volgt pas na een definitieve beschikking. Daarom verklaarde de president het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
De zitting vond plaats op 2 augustus 2001, en het vonnis werd uitgesproken op 6 augustus 2001. De uitspraak bevestigt de procedurele regels rond Dublinclaims en de beperkte rechtsbescherming tegen voorbereidingsbesluiten in het vreemdelingenrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het voornemen tot overdracht van de asielaanvraag aan België is niet-ontvankelijk verklaard.