ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6694
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring vreemdeling en toekenning schadevergoeding
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een vreemdeling tegen de voortduring van een vrijheidsontnemende maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie. De vreemdeling werd sinds 5 juli 2001 in bewaring gehouden met het oog op uitzetting naar Sudan. Verweerder had het voornemen om de vreemdeling te presenteren bij de Sudanese autoriteiten, maar besloot eerst een taalanalyse te laten verrichten, die pas op 15 juli 2001 werd aangevraagd.
De rechtbank oordeelde dat het uitstel van de presentatie door het aanvragen van een taalanalyse een aanvaardbare tussenstap was om de Sudanese autoriteiten niet te belasten met onterechte presentaties. Echter werd de strategische denkpauze van circa veertien dagen die verweerder gegund moest worden om zich te beraden, ruimschoots overschreden. Hierdoor werd de bewaring ingaande 5 juli 2001 als onrechtmatig aangemerkt.
De rechtbank kende de vreemdeling een schadevergoeding toe voor de periode van 5 juli tot 25 juli 2001, negentien dagen, maar matigde deze wegens billijkheid tot tien dagen. De schadevergoeding bedroeg daardoor f. 1500,-. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten ad f. 1420,-. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling werd onrechtmatig verklaard en er werd een schadevergoeding van tien dagen toegekend.