ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6741
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Toekenning machtiging voorlopig verblijf bij geschil over feitelijke gezinsband na echtscheiding
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland om hereniging met zijn vader (referent) mogelijk te maken. De Minister van Buitenlandse Zaken wees dit verzoek af met het argument dat de feitelijke gezinsband sinds 1992 was verbroken, omdat eiser na de echtscheiding langdurig bij zijn moeder en later bij andere familieleden in Marokko verbleef.
De rechtbank onderzocht of de langdurige opname van eiser in een ander gezin automatisch leidt tot verbreking van de gezinsband. Hierbij werd onder meer gekeken naar de toepassing van de Mudawwanah en het Nederlandse beleid. De rechtbank concludeerde dat het enkele feit dat het kind in onderling overleg bij de moeder bleef, onvoldoende is om de gezinsband te verbreken, tenzij uitzonderlijke omstandigheden aanwezig zijn, die in deze zaak niet zijn gebleken.
Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat de vader niet meer het gezag uitoefent of niet meer in het onderhoud voorziet. Ook is onvoldoende rekening gehouden met het optreden van de vader na het vertrek van de moeder. Gezien deze tekortkomingen werd het bestreden besluit vernietigd en werd aan eiser een mvv verleend. De rechtbank veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en verleent aan eiser een machtiging tot voorlopig verblijf.