ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6743
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en beoordeling procesbeslissing AC-procedure in vreemdelingenrecht
Verzoeker, een Togolese nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door verweerder in de AC-procedure werd afgehandeld. Verzoeker stelde dat hij vanwege politieke vervolging en mishandeling in Togo bescherming nodig had. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs en aannemelijkheid van het asielrelaas.
De rechtbank oordeelde dat de keuze van verweerder om de aanvraag via de AC-procedure af te doen geen besluit in de zin van de Awb of Vreemdelingenwet 2000 is, maar een interne procedurekeuze zonder directe rechtsgevolgen voor verzoeker. Verzoeker kon hiertegen geen bezwaar maken, maar kon in het beroep de zorgvuldigheid van de procedure aanvechten.
De rechtbank vond het asielrelaas onvoldoende onderbouwd en aannemelijk, mede gelet op tegenstrijdigheden, gebrek aan documenten en het ambtsbericht en rapporten over de situatie in Togo. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en het beroep ongegrond verklaard. Er was geen reëel risico op vluchtelingenrechtelijke vervolging of onmenselijke behandeling bij terugkeer.
De uitspraak werd gedaan door de president van de rechtbank, mr. F. Salomon, en griffier mr. M.J. Wientjes op 31 juli 2001. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.