ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6768
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling vreemdeling zonder verblijfsrecht en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling, met de Spaanse nationaliteit, werd in bewaring gesteld wegens verblijf zonder verblijfsrecht en diefstal van levensmiddelen. Hij voerde aan dat hij als EU-onderdaan recht had op verblijf, maar de rechtbank stelde vast dat hij geen werk had en niet viel onder het vrije personenverkeer van het EG-verdrag, waardoor hem geen verblijfsrecht toekwam.
De rechtbank overwoog dat de maatregel van bewaring onrechtmatig was omdat niet was voldaan aan de wettelijke vereisten, waaronder het verstrijken van een vertrektermijn van ten minste vier weken, zoals voorgeschreven in het Vreemdelingenbesluit 2000. De bewaring werd daarom als strijdig met de wet beoordeeld.
De bewaring werd na het beroepschrift opgeheven en de vreemdeling uitgezet naar Spanje. De rechtbank kende een schadevergoeding toe van f 800,- voor vier dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding toe voor onrechtmatige inbewaringstelling.