ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6769
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling en toetsing WAV-controle
De vreemdeling, met Kameroense nationaliteit, is in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000 wegens het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs, gebruik van vervalste documenten, het onttrekken aan toezicht en het ontbreken van middelen van bestaan.
De vreemdeling betwistte de rechtmatigheid van de staandehouding in het kader van een controle op grond van de Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV), waarbij werd aangevoerd dat de vreemdelingenrechter bevoegd zou zijn deze controle te toetsen. De rechtbank overweegt dat de vreemdelingenrechter volgens vaste jurisprudentie niet kan oordelen over bevoegdheden die niet bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 zijn toegekend, waaronder de WAV.
Verder stelde de vreemdeling dat de ophoudingsduur langer dan zes uur was, wat onrechtmatig zou zijn. De rechtbank oordeelt dat de termijn van zes uur pas begon bij aankomst op het politiebureau, waardoor de wettelijke termijn niet is overschreden.
De rechtbank concludeert dat de bewaring rechtmatig is en dat er voldoende zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.