ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6790
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onbevoegde staandehouding vreemdeling
De vreemdeling, met Algerijnse nationaliteit, werd op 22 juni 2001 staandegehouden en vervolgens in bewaring gesteld wegens vermoedelijk illegaal verblijf. De staandehouding was gebaseerd op gegevens verkregen bij een eerdere staandehouding op 17 mei 2001, waarbij de vreemdeling werd gevraagd een legitimatiebewijs te tonen. De rechtbank constateert echter dat uit het dossier niet blijkt op grond van welke bevoegdheid destijds de staandehouding heeft plaatsgevonden, waardoor die bevoegdheid als niet aanwezig wordt beschouwd.
Hierdoor zijn de gegevens die ten grondslag lagen aan de staandehouding op 22 juni 2001 onrechtmatig verkregen, wat de daaropvolgende bewaring eveneens onrechtmatig maakt. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 3 juli 2001.
Daarnaast kent de rechtbank een schadevergoeding toe voor 11 dagen onrechtmatige bewaring, maar matigt deze met de helft vanwege het illegale verblijf van de vreemdeling en het daarmee verbonden risico op vreemdelingenbewaring. De totale toegekende schadevergoeding bedraagt 925 gulden. Tevens worden de proceskosten van 1420 gulden aan de Staat der Nederlanden opgelegd.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatige staandehouding en er wordt een gematigde schadevergoeding toegekend.