ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6794
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering voortgezet verblijf en ongewenstverklaring vreemdeling na veroordeling
Eiser, van Turkse nationaliteit, verbleef sinds 1990 in Nederland en was meerdere malen veroordeeld, onder meer tot zeven jaar gevangenisstraf voor ernstige delicten. Verweerder weigerde de verlenging van zijn verblijfsvergunning en verklaarde hem ongewenst op grond van de Vreemdelingenwet (oud).
Eiser stelde dat zijn persoonlijke omstandigheden en familiebanden tot afwijking van het beleid moesten leiden, en dat hij recht had op aanwezigheid bij de zitting. De rechtbank oordeelde dat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is op vreemdelingenprocedures omtrent verblijf en uitzetting, maar dat waarborgen voor een eerlijk proces gelden. Omdat eiser geen toestemming kreeg voor transport uit detentie, was hij niet aanwezig, maar werd hij vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De rechtbank stelde vast dat de belangenafweging tussen het belang van de Nederlandse Staat en het gezinsleven van eiser in het voordeel van de overheid uitviel, mede vanwege de ernst van de misdrijven en het ontbreken van objectieve belemmeringen voor gezinsleven in Turkije. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van verlenging van de verblijfsvergunning en ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.