ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6803
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring vreemdeling op grond van Vreemdelingenwet 2000
Op 31 juli 2001 werd de vreemdeling aangehouden op verdenking van het plegen van een strafbaar feit. Op 1 augustus 2001 werd hij op grond van artikel 59, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 in bewaring gesteld. De vreemdeling voerde beroep aan tegen deze bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank heeft marginaal getoetst of de vreemdeling redelijkerwijs als verdachte kon worden aangemerkt en concludeerde dat dit het geval was. De rechtbank volgde het betoog van de gemachtigde van de vreemdeling niet dat sprake was van rechtmatig verblijf op grond van artikel 12, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring terecht was opgelegd en dat de maatregel niet in strijd was met de wet of onredelijk was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Tegen de beslissing over de schadevergoeding is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.