ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6838

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
6 september 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 99/11963
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 Vreemdelingenwet 2000Art. 28 Vreemdelingenwet 2000Art. 3 EVRMArt. 8:67 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens verlening verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd

Eiser, een Afghaanse nationaliteit, had op 27 december 1999 beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van zijn bezwaar tegen de weigering van toelating als vluchteling. Inmiddels is aan eiser op 18 juli 2001 een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verleend op grond van artikel 34 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.

De rechtbank overweegt dat door deze verlening eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep, omdat zelfs als het beroep gegrond zou worden verklaard, dit hooguit zou leiden tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd die reeds is toegekend. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld of gebleken die het belang bij het beroep rechtvaardigen.

Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het oordeel dat eiser geen vluchteling is en geen reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro krijgt formele rechtskracht. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen belang meer heeft door verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage
Zitting houdende te Arnhem
Vreemdelingenkamer
Registratienummer: Awb 99/11963
Datum uitspraak: 6 september 2001
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak
als bedoeld in artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
in de zaak van
A,
geboren op [...] 1975,
van Afghaanse nationaliteit,
eiser,
gemachtigde mr. P.R. Klaver,
tegen
DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE,
(Immigratie- en Naturalisatiedienst),
verweerdermr. G.J. Huith,
gemachtigde mr. G.J. Huith.
Ter zitting van 6 september 2001 zijn tegenwoordig: mr. A.W.M. van Hoof, rechter, en mr. drs. Z. Zuidema, griffier. Eiser is verschenen bij gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.
De gronden van de beslissing
1. Bij beroepschrift van 27 december 1999 heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank tegen de beschikking van 1 december 1999. Inzet van het beroep is of eiser ten tijde van de bestreden beschikking aanspraak had op toelating als vluchteling, dan wel verlening van een vergunning tot verblijf zonder beperkingen in verband met artikel 3 van Pro het (Europees) Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
2. Aan eiser is bij beschikking van 8 januari 1999 een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) verleend met ingang van 18 juli 1998. Met de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 is die vergunning omgezet in een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van Pro die wet onder handhaving van de geldigheidsduur. Omdat eiser gedurende drie achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft genoten op grond van de vvtv en de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, is hem met toepassing van artikel 34 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 met ingang van 18 juli 2001 een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verleend.
3. Uit de verlening van laatstgenoemde vergunning volgt, dat eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep. Ook indien na gegrondverklaring van het beroep alsnog geconcludeerd zou moeten worden dat eiser verdragsvluchteling is dan wel een reëel risico loopt op schending van artikel 3 van Pro het EVRM, zou dat hooguit kunnen leiden tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Behoudens bijzondere omstandigheden, die zijn gesteld noch gebleken, heeft eiser derhalve geen rechtens te honoreren belang meer bij het beroep.
4. Het oordeel dat eiser geen vluchteling is en voornoemd reëel risico niet loopt, zoals neergelegd in de beschikking van 1 december 1999, krijgt formele rechtskracht indien het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dat doet aan het oordeel dat er geen belang is bij het beroep niet af, omdat de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend, eiser op die grond aanspraak heeft op een vluchtelingenpaspoort, en de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet ingetrokken kan worden omdat de grond voor verlening is komen te vervallen.
5. Gezien het voorgaande is het beroep niet-ontvankelijk.
6. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Waarvan proces-verbaal,
de griffier de rechter
Afschrift verzonden:
12 September 2001