ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6838
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens verlening verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Eiser, een Afghaanse nationaliteit, had op 27 december 1999 beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van zijn bezwaar tegen de weigering van toelating als vluchteling. Inmiddels is aan eiser op 18 juli 2001 een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verleend op grond van artikel 34 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank overweegt dat door deze verlening eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep, omdat zelfs als het beroep gegrond zou worden verklaard, dit hooguit zou leiden tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd die reeds is toegekend. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld of gebleken die het belang bij het beroep rechtvaardigen.
Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het oordeel dat eiser geen vluchteling is en geen reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro krijgt formele rechtskracht. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen belang meer heeft door verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.