ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6910
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.M.D. Aardema
- H. Gorter
- H.J.H. van Meegen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep Afghaanse asielzoeker tegen weigering verblijfsvergunning
Eiser, een Afghaanse staatsburger, diende een aanvraag in voor toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning. Verweerder weigerde deze aanvraag en verleende slechts een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv). Eiser stelde dat hij en zijn gezin door de Taliban werden gezocht vanwege hun sji'ietische geloof en humanitaire activiteiten, waaronder geldinzamelingsacties.
De rechtbank beoordeelde het beroep ex tunc aan de oude Vreemdelingenwet (Vw) en hield rekening met latere feiten ex nunc. Verweerder had het bezwaar van eiser ongegrond verklaard, stellende dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd van een reëel risico op vervolging. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was en verklaarde het beroep ontvankelijk.
Inhoudelijk concludeerde de rechtbank dat de door eiser aangevoerde feiten en omstandigheden onvoldoende concreet waren om een gegronde vrees voor vervolging aan te nemen. De arrestatie van een collega was niet overtuigend verbonden met de geldinzamelingsacties, en de beweringen over de Taliban waren grotendeels gebaseerd op vermoedens. Ook was niet aannemelijk dat eiser of zijn zoon in bijzondere mate door de Taliban werden gezocht. De rechtbank verwierp het beroep en verklaarde het ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de Afghaanse asielzoeker tegen de weigering van een verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.