ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6973
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Engelen
- Dop
- Valk
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens opzettelijke overtreding Opiumwet
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 12 december 2001 een vordering ex artikel 36e Wetboek van Strafrecht tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een veroordeelde die was veroordeeld voor medeplegen van opzettelijke overtreding van de Opiumwet en deelname aan een criminele organisatie.
Een strafrechtelijk financieel onderzoek leidde tot een rapport waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel werd berekend op ƒ 96.350,46 over drie perioden tussen juni 1997 en november 1998. De rechtbank achtte de berekeningen en onderliggende redeneringen juist en wees de door de verdediging aangevoerde verweren, waaronder de verdeelsleutel legaal/illegaal, bruto/netto bedragen, en de periode van het voordeel, af.
Gezien de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde matigde de rechtbank het terug te betalen bedrag tot ƒ 75.000, met een vervangende hechtenis van 280 dagen bij niet-betaling. De rechtbank verwierp tevens het verweer dat kosten van rechtsbijstand in mindering moesten worden gebracht en benadrukte dat ontneming niet wordt verhinderd door gebrek aan draagkracht of verbruik van het voordeel.
De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige kamer onder voorzitterschap van Van Engelen, met Dop en Valk als rechters, en Groot als griffier.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van ƒ 75.000 aan de Staat, met vervangende hechtenis van 280 dagen bij niet-betaling.