ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7037
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- S.J. Bosma
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting in verband met gezinsleven en artikel 8 EVRM
Verzoekster, een Soedanese vrouw, kreeg een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) die later werd ingetrokken. Haar echtgenoot kreeg een onbeperkte verblijfsvergunning, waardoor verzoekster feitelijk het gezinsleven hier kon uitoefenen. De intrekking van de vvtv vormt een inmenging in het recht op respect voor het gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking van de vvtv ondanks de categoriale toetsing toch getoetst moet worden aan artikel 8 EVRM Pro, waarbij individuele omstandigheden, zoals het posttraumatisch stresssyndroom van de echtgenoot, meewegen. Verweerder heeft onvoldoende zorgvuldigheid betracht en geen afdoende motivering gegeven voor de handhaving van het besluit tot uitzetting.
Daarom wordt het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen, de uitzetting wordt verboden zolang niet op het bezwaar is beslist, en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank benadrukt het belang van het gezinsleven en het recht op respect daarvan onder het EVRM in vreemdelingenprocedures.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitzetting van verzoekster zolang niet op het bezwaar is beslist wegens schending van het recht op gezinsleven onder artikel 8 EVRM.