ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7053
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vrijheidsontneming door voorlopige vreemdelingenbewaring en opheffing bewaring
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit en verblijvend in een penitentiaire inrichting, was van 31 augustus tot 2 september 2001 in vervangende hechtenis en vervolgens in voorlopige vreemdelingenbewaring gesteld. De voorlopige bewaring werd op 3 september 2001 opgeheven waarna eiser opnieuw in vreemdelingenbewaring werd gesteld. De rechtbank constateert dat de voorlopige bewaring geen rechtsgrond had en dat eiser gedurende bijna 24 uur onrechtmatig is vastgehouden.
De rechtbank oordeelt dat de vrijheidsontnemende maatregel vanaf het begin niet gerechtvaardigd was en in strijd met het evenredigheidsbeginsel uit artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder heeft onvoldoende voortvarend gehandeld en er is geen onderzoek gedaan naar de juiste verblijfplaats en status van eiser in Frankrijk.
De rechtbank kent eiser een schadevergoeding toe van in totaal ƒ2450,- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelt de Staat in de proceskosten van ƒ710,-. De bewaring wordt per 18 september 2001 opgeheven. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring en kent een schadevergoeding toe aan eiser.