ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7058
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens schending hoorplicht bij inbewaringstelling vreemdeling
Eiser, een vreemdeling met de Sri Lankaanse nationaliteit, werd op 4 september 2001 staandegehouden en diezelfde dag in bewaring gesteld zonder voorafgaand verhoor. Het gehoor vond pas ruim 24 uur later plaats, omdat volgens verweerder geen tolk Tamil beschikbaar was. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet voldoende had aangetoond welke pogingen waren gedaan om een tolk te vinden en dat eiser binnen twee minuten een tolk kon regelen.
De rechtbank stelde vast dat het niet tijdig horen van eiser in strijd was met artikel 5.2 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en dat de bewaring daardoor onrechtmatig was. Het beroep werd gegrond verklaard en de bewaring werd opgeheven met ingang van 13 september 2001.
Daarnaast kende de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van ƒ825,- wegens de onrechtmatige vrijheidsontneming, met een matiging van 50% vanwege zijn eigen onrechtmatig verblijf. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
De rechtbank liet andere aangevoerde bezwaren onbesproken, omdat de onrechtmatigheid van de bewaring reeds voldoende was om het beroep te honoreren. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige bewaring.