ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7064
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake toegang asielzoeker tot Nederland
Verzoeker, een staatloze asielzoeker, werd op 17 augustus 2001 op Schiphol de verdere toegang tot Nederland geweigerd op grond van artikel 3 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de weigering onrechtmatig was omdat geen bijzondere aanwijzing was gegeven en hij reeds feitelijk toegang tot het Schengengebied had.
De rechtbank overwoog dat het begrip bijzondere aanwijzing inhoudt dat de Koninklijke Marechaussee (Kmar) voorafgaand aan een toegangsweigering contact moet opnemen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) om refoulement te voorkomen. In de praktijk wordt niet in elk individueel geval telefonisch overleg gevoerd, maar wordt asielzoekers mondeling de toegang geweigerd terwijl zij feitelijk toegang krijgen om een asielaanvraag in het aanmeldcentrum te doen.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker deze procedure had doorlopen en feitelijk toegang had gekregen, zodat aan de doelstelling van de bijzondere aanwijzing was voldaan. De stelling dat verzoeker reeds toegang tot het Schengengebied had, werd niet aannemelijk gemaakt. Gezien deze feiten oordeelde de president dat de procedure niet in strijd was met artikel 3, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er werden geen proceskosten aan een partij toegewezen. De uitspraak werd gedaan op 24 september 2001 door de president van de rechtbank te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de procedure conform de Vreemdelingenwet 2000 is gevolgd.