ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7079
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring en schadevergoeding vreemdelinge Britse nationaliteit
De vreemdelinge, met de Britse nationaliteit, werd in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000 vanwege verdenking van winkeldiefstal en het vermoeden van illegaal verblijf. Zij voerde aan dat zij als EG-onderdaan rechtmatig in Nederland verbleef en dat de bewaring onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat de vreemdelinge geen gemeenschapsonderdaan was in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 omdat zij geen werk had en niet aannemelijk was dat zij een serieuze werkzoekende was. De vrije termijn van maximaal drie maanden verblijf als toerist was door het gepleegde misdrijf vervallen.
De maatregel van bewaring werd als rechtmatig beoordeeld, mede omdat zij geen geldige verblijfsstatus had, verdacht werd van een misdrijf en er een ernstig vermoeden bestond dat zij zich aan uitzetting zou onttrekken. De bewaring werd na het beroepschrift opgeheven vanwege uitzetting.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen grond voor proceskostenveroordeling. Tegen het verzoek om schadevergoeding staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.