ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7101
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring bezwaar verblijfsvergunning
Eiser, een Surinaamse nationaliteit, diende via zijn gemachtigde een aanvraag in voor een vergunning tot verblijf bij een Nederlandse partner. Het besluit van verweerder om de aanvraag te weigeren werd aanvankelijk aangetekend verzonden naar het huisadres van eiser, maar niet naar zijn gemachtigde. Pas later werd het besluit aan de huidige gemachtigde toegezonden, waarna bezwaar werd ingesteld. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 2:1 Awb Pro en de Memorie van Toelichting toezending aan de gemachtigde geldt als bekendmaking aan de belanghebbende. Hierdoor begon de bezwaartermijn pas te lopen op de dag na de toezending aan de gemachtigde. Het bezwaar was daardoor tijdig ingediend.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht aan eiser worden vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege onjuiste niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.