ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7102
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Toelating op grond van driejarenbeleid afgewezen wegens onvoldoende vrees voor vervolging
Eiser, een Iraakse Koerd, verzocht om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning. Hij voerde aan dat hij vanwege zijn werkzaamheden voor een NGO en zijn betrokkenheid bij politieke conflicten in Irak vervolging vreesde. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde vrees voor vervolging heeft, mede omdat lokale autoriteiten bescherming kunnen bieden.
Daarnaast was sprake van overschrijding van de wettelijke beslistermijnen door verweerder, wat leidde tot meerdere gegronde beroepen en opgelegde beslistermijnen met dwangsommen. Verweerder had aan de korpschef bericht dat uitzetting achterwege moest blijven totdat op bezwaar was beslist, waardoor bij eiser gerechtvaardigd vertrouwen ontstond dat geen uitzetting zou plaatsvinden.
De rechtbank stelde vast dat het relevante tijdsverloop voor het driejarenbeleid ruimschoots was overschreden, maar verweerder had ten onrechte dit tijdsverloop als gestuit beschouwd. Daarom werd het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en besluit vernietigd wegens onjuiste toepassing driejarenbeleid; verweerder moet binnen vier weken nieuw besluit nemen.