ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7104
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.J. Buijsman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Turkse Koerdische dienstweigeraar op grond van Dublinverordening
Eiser, een Turkse Koerdische dienstweigeraar, diende een asielaanvraag in Nederland in, die werd afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Het is niet in geschil dat eiser in Duitsland onherroepelijk is uitgeprocedeerd. Duitsland erkent dienstweigering niet als grond voor vluchtelingenstatus, wat afwijkt van de Nederlandse interpretatie.
De rechtbank oordeelt dat, ondanks de afwijkende interpretatie in Nederland, de kans dat een Turkse Koerdische dienstplichtige zal worden ingezet tegen zijn eigen volk uiterst gering is, zoals blijkt uit recente ambtsberichten en jurisprudentie. Daarom zou ook Nederland geen vluchtelingenstatus toekennen aan eiser.
De rechtbank concludeert dat overdracht aan Duitsland niet leidt tot indirecte schending van artikel 33 Vluchtelingenverdrag Pro of artikel 3 EVRM Pro. Verweerder is derhalve niet verplicht de asielaanvraag aan zich te trekken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de kosten worden niet aan een partij opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet aan Nederland toegewezen.