ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7115

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
25 oktober 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 01/52014 VRONTN
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • F. Salomon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Vw 2000Art. 6 Vw 2000Art. 8:70 AwbArt. 85 Vw 2000Art. 94 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prijsgeven belang na ontsnapping uit aanmeldcentrum

Eiser werd op 11 oktober 2001 de toegang tot Nederland geweigerd en onderging een vrijheidsontnemende maatregel op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en vroeg tevens om schadevergoeding. Op 15 oktober 2001 vertrok eiser echter ongeoorloofd en met onbekende bestemming uit het aanmeldcentrum Schiphol.

Tijdens de zitting op 18 december 2001 verscheen eiser noch zijn gemachtigde, zonder bericht van verhindering. De rechtbank constateerde dat door het vertrek uit het aanmeldcentrum het belang van eiser bij het beroep was komen te vervallen, behalve voor de vraag of de maatregel onrechtmatig was en of schadevergoeding toekwam.

Omdat het verzoek om schadevergoeding niet nader was onderbouwd en niet werd toegelicht, oordeelde de rechtbank dat eiser zijn belang bij een inhoudelijke beoordeling had prijsgegeven en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prijsgeven van het belang na ongeoorloofd vertrek uit het aanmeldcentrum.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage
zittinghoudende te Amsterdam
Sector Bestuursrecht
enkelvoudige kamer
Uitspraak
op grond van artikel 8:70 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
jo artikel 94 en Pro 106 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)
reg. nr.: AWB 01/52014 VRONTN
inzake : A, geboren op [...] 1963, van (gestelde) Marokkaanse nationaliteit, met onbekende woon- of verblijfplaats, eiser,
gemachtigde: mr. J. Hemelaar, advocaat te Hoofddorp,
tegen : de Staatssecretaris van Justitie, verweerder,
gemachtigde: mr. H. van Galen, ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Op 11 oktober 2001 is eiser op grond van artikel 3 van Pro de Vw 2000 op de luchthaven Schiphol de verdere toegang tot Nederland geweigerd. Ten aanzien van eiser is op dezelfde datum de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vw 2000 toegepast.
Bij beroepschrift van 11 oktober 2001 heeft de gemachtigde van eiser beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel. Daarbij is opheffing van de maatregel gevorderd alsmede toekenning van schadevergoeding en veroordeling van verweerder in de proceskosten.
Op 12 oktober 2001 heeft eiser een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel.
Op 15 oktober 2001 is eiser met onbekende bestemming vertrokken.
Het beroep is behandeld ter openbare zitting van 18 december 2001. Eiser noch zijn gemachtigde is aldaar - zonder voorafgaand bericht van verhindering - verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde.
II. OVERWEGINGEN
Namens eiser zijn geen gronden aangevoerd.
Verweerder heeft - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat aangezien eiser is ontsnapt uit het gebouw van het Aanmeldcentrum (AC) Schiphol, zijn procesbelang is komen te vervallen. Overigens is de toepassing van de maatregel ex artikel 6 van Pro de Vw 2000 rechtmatig geweest.
De rechtbank overweegt het volgende.
De rechtbank stelt vast dat eiser op 15 oktober 2001 ongeoorloofd en met onbekende bestemming uit het AC Schiphol is vertrokken en zodoende niet langer onderworpen is aan de vrijheidsontnemende maatregel ex artikel 6 van Pro de Vw 2000. Naar het oordeel van de rechtbank is eisers belang bij de handhaving van het onderhavige beroep dan ook enkel nog gelegen in de vaststelling of de vrijheidsontnemende maatregel op enig moment voor zijn vertrek onrechtmatig was en zo ja, of er termen zijn schadevergoeding als bedoeld in artikel 106 van Pro de Vw 2000 toe te kennen.
Nu eisers gemachtigde niet ter zitting is verschenen om het in het beroepschrift van 11 oktober 2001 - niet nader onderbouwde - neergelegde verzoek om schadevergoeding toe te lichten en ook overigens namens eiser niet is aangegeven op welke gronden schadevergoeding zou moeten worden toegekend, houdt de rechtbank het er voor dat eiser zijn belang bij een inhoudelijke beoordeling van de zaak heeft prijsgegeven.
Om die reden acht de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
III. BESLISSING:
De rechtbank
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Salomon, rechter, en door deze in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2001, in tegenwoordigheid van mr. J. Snoeijer, griffier.
Afschrift verzonden op:
Conc.: JSn
Coll:
Bp:-
D:C
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (adres: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage). Ingevolge artikel 69, derde lid, van de Vw 2000 bedraagt de termijn voor het instellen van hoger beroep één week. Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van Pro de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van Pro de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.