ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7119
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen bewaring vreemdeling na buitenbehandelingstelling asielaanvraag ongegrond verklaard
Eiser werd op 24 oktober 2001 in bewaring gesteld nadat zijn asielaanvraag op 15 oktober 2001 buiten behandeling was gesteld. Hij stelde dat hij rechtmatig verblijf had gedurende de beroepstermijn en vertrektermijn van vier weken, maar de rechtbank oordeelde dat het rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) door de buitenbehandelingstelling was beëindigd.
Eiser had ten tijde van zijn inbewaringstelling nog geen beroep ingesteld tegen de buitenbehandelingstelling, waardoor hij ook geen rechtmatig verblijf kon ontlenen aan artikel 8, onder h, Vw 2000. Bovendien was eiser kort na zijn asielaanvraag gevlucht uit de inrichting waar hij verbleef, waardoor hij zich aan het vreemdelingentoezicht onttrok.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen identiteitspapier had, zich niet had gemeld bij de korpschef, geen vaste woon- of verblijfplaats had en eerder niet rechtmatig in Nederland verbleef. Gezien deze omstandigheden was het belang van de openbare orde gediend met de bewaring.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet onrechtmatig was en dat verweerder in redelijkheid had kunnen besluiten tot bewaring. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.