ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7165
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende aannemelijk risico vrouwenbesnijdenis in Ghana
Verzoekster, afkomstig uit Ghana, vluchtte naar Nederland uit vrees voor vrouwenbesnijdenis en een gedwongen huwelijk. Zij vroeg asiel aan nadat haar verloofde de garantstelling introk. De staatssecretaris wees haar aanvraag af op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat zij geen vervolging door de autoriteiten vreest en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een aantoonbaar risico loopt op besnijdenis.
De president van de rechtbank 's-Gravenhage oordeelde dat de vrees voor vrouwenbesnijdenis wel degelijk een vervolgingsgrond kan zijn, conform het standpunt van de Nederlandse regering, maar dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd op dit punt. Desondanks is het beroep ongegrond omdat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij daadwerkelijk een risico loopt op besnijdenis in Ghana. Zij is 25 jaar oud, heeft een eigen bedrijf en haar ouders zijn geen voorstanders van besnijdenis.
Verzoekster stelde dat zij onder druk staat van haar ooms en dat het gedwongen huwelijk haar geen uitstel meer biedt, maar dit werd onvoldoende concreet onderbouwd. De rechtbank vond dat nader onderzoek niet zou bijdragen en dat de zaak binnen de 48-uurs AC-procedure terecht was afgehandeld. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen; verzoekster moet Nederland verlaten.