ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7166
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende bewijs en onvoldoende risico op vervolging
Verzoekster, afkomstig uit Congo en met een complexe vluchtverleden, diende een asielaanvraag in die door verweerder werd afgewezen op grond van het ontbreken van officiële documenten en onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar. Verzoekster stelde dat zij in het aanmeldcentrum (AC) onvoldoende gelegenheid had gekregen om haar asielmotieven toe te lichten, mede door vermoeidheid en stress, en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar een door haar overlegd UNHCR-document.
De rechtbank oordeelt dat het beleid van verweerder omtrent het uitreiken van het verslag van het nader gehoor en het voornemen aan verzoekster niet in strijd is met het Vreemdelingenbesluit 2000. Ook acht de rechtbank het niet noodzakelijk om nader onderzoek te doen naar het UNHCR-document, aangezien verweerder een eigen afweging mag maken. De vermeende vermoeidheid van verzoekster is volgens de rechtbank voldoende gecompenseerd door onderbrekingen tijdens het nader gehoor.
De rechtbank concludeert dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in haar land van herkomst te vrezen heeft voor vervolging of andere ernstige risico's. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan door de president van de rechtbank 's-Gravenhage op 27 november 2001.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.