ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7285
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- A.A.T. Rens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen toegangsweigering en vrijheidsontneming asielzoeker
Verzoeker, een Somalische asielzoeker, werd op 23 augustus 2001 op luchthaven Schiphol de verdere toegang tot Nederland geweigerd en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Hij stelde administratief beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om alsnog toegang te verkrijgen.
De rechtbank overwoog dat de toegangsweigering niet was voorzien van een bijzondere aanwijzing van de Minister zoals vereist in artikel 3, derde lid, Vreemdelingenwet 2000. Het algemene beleid in de Vreemdelingencirculaire kon deze bijzondere aanwijzing niet vervangen. Desondanks oordeelde de rechtbank dat verzoeker niet in zijn belangen was geschaad omdat hij zonder geldig document was en zijn asielverzoek in het Aanmeldcentrum werd behandeld.
Verder werd geoordeeld dat de mededeling van de toegangsweigering en de mogelijkheid tot beroep in begrijpelijke taal was gedaan en dat geen piketmelding nodig was omdat verzoeker geen advocaat had gevraagd. De vrijheidsontnemende maatregel werd als rechtmatig beschouwd en het beroep daartegen ongegrond verklaard.
De rechtbank concludeerde dat de toegangsweigering en detentie niet in strijd waren met het Vluchtelingenverdrag en UNHCR-Guidelines, en dat de procedurele tekortkomingen op grond van artikel 6:22 Awb Pro niet leidden tot vernietiging van het besluit. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond verklaard.