ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7344
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatige staandehouding en overbrenging
Op 5 september 2001 werd een vreemdeling van Liberiaanse nationaliteit onrechtmatig staandegehouden, overgebracht en in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank oordeelde reeds op 17 september 2001 dat deze handelingen onrechtmatig waren en beval de opheffing van de bewaring met ingang van die datum.
Ondanks deze uitspraak werd de vreemdeling tot 18 september 2001 vastgehouden in het Justitieel Complex Koning Willem II te Tilburg. Vervolgens werd hij strafrechtelijk aangehouden buiten heterdaad en opnieuw in verzekering gesteld. Op 20 september 2001 werd hij in vrijheid gesteld en opnieuw in vreemdelingenbewaring geplaatst.
De rechtbank stelt vast dat de strafrechtelijke aanhouding en de daaropvolgende vreemdelingenbewaring eveneens het gevolg zijn van de onrechtmatige staandehouding en overbrenging van 5 september 2001. Daarom zijn ook deze maatregelen onrechtmatig. Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven en de Staat wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt de opheffing van de vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatige staandehouding en overbrenging.