ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7347
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak over verblijfsalternatief Noord-Irak
Verzoekster, afkomstig uit Baghdad en praktiserend Chaldeeuws christen, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen. Zij vreesde vervolging vanwege religieuze en politieke omstandigheden, mede door de arrestatie van haar echtgenoot. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat verzoekster geen persoonlijke vrees voor vervolging aannemelijk maakte en stelde dat zij zich elders in Irak had kunnen vestigen.
Verzoekster stelde dat Noord-Irak geen reëel verblijfsalternatief was vanwege het ontbreken van familie- en gemeenschapsbanden en dat zij vervolging op grond van religie zou ondervinden. De rechtbank oordeelde dat de situatie in Noord-Irak volgens het beleid van de staatssecretaris als verblijfsalternatief geldt en dat er geen aanwijzingen zijn dat verzoekster een reëel risico loopt op vervolging of onmenselijke behandeling.
De president concludeerde dat er geen gegronde reden is om aan te nemen dat verzoekster vluchteling is of recht heeft op een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting werd daarom afgewezen. Tevens werd geen beslissing op het bezwaar gegeven vanwege procedurele bepalingen. Er werden geen kosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen; Noord-Irak geldt als verblijfsalternatief.